Financiering van de oncologienetwerken en MDO's

22-08-2017
Regionale oncologienetwerken maken een optimale zorgverlening richting de patiënt mogelijk. Vorming van die netwerken kent echter een aantal belemmeringen, vaak op het gebied van financiën en regelgeving. Daarom is binnen het Citrienprogramma ‘Naar regionale oncologienetwerken’ een landelijk project over de financiering van die netwerken gestart. Drs. Ineke Middelveldt, programmamanager van het UMC Groningen Cancer Center, drs. Mariska Koster, senior medisch adviseur bij zorgverzekeraar Zilveren Kruis, en prof. dr. Mark Kramer, lid van de Raad van Bestuur Bestuur van het VUmc te Amsterdam, vertellen over verschillende aspecten van die financiering.

Ineke Middelveldt is namens alle regio’s projectleider van het project dat de naam draagt ‘Financiering van regionale oncologienetwerken en MDO’s’. De centrale vraag binnen dit project is: ‘Hoe financier je een netwerk?’.
De ervaringen van al bestaande oncologienetwerken vormen de basis voor het beantwoorden van die vraag. Middelveldt: “Daarvoor hebben we eerst geïnventariseerd welke oncologienetwerken er zijn in het land. Deels zijn dat tumorspecifieke netwerken en deels algemene netwerken die zich richten op de gehele oncologie. Vervolgens is onderzoek gedaan naar de financiële aspecten van die netwerken met behulp van onlinevragenlijsten. Met diepte-interviews en een casestudie is nader uitgezocht wat er wel of niet goed gaat. Aan de hand daarvan worden suggesties gedaan voor financiering. Die suggesties en de resultaten uit het onderzoek bespreken we binnen een groep mensen van verschillende instanties en we kijken wat we ermee kunnen doen.” De groep waar zij het over heeft bestaat uit medisch specialisten en bestuurders van ziekenhuizen, maar ook uit vertegenwoordigers van bijvoorbeeld zorgverzekeraars, de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties. “We kijken dus met veel partijen samen hoe we de netwerken verder kunnen helpen.”
Blijkt uit het onderzoek dat regelgeving een belemmering vormt waar de verschillende netwerken tegenaan lopen, dan wordt dat ook vanuit het project opgepakt. “Stel dat het beleid van een koepelorganisatie, zoals de NZa, Zorgverzekeraars Nederland of de Autoriteit Consument & Markt, een obstakel vormt voor een financieel samenwerkingsverband. Dan gaan we in gesprek met die koepel om te kijken of de regels nog wel actueel zijn en of die niet wat flexibeler kunnen, zodat de patiëntenzorg in die netwerken beter georganiseerd kan worden”, licht Middelveldt toe.